Kamers

ka·mer (de; v(m); meervoud: kamers)
  1. vertrek van een gebouw, bv. van een woonhuis: donkere kamer ruimte voor het ontwikkelen van niet-digitale foto’s
  2. huurkamer: op kamers wonen
  3. college: de Kamer van Koophandel (en Fabrieken)
  4. college van volksvertegenwoordigers: (Nederland) de Eerste en Tweede Kamer; (België)Kamer van Volksvertegenwoordigers tweede kamer van de wetgevende macht
  5. ruimte voor de lading in een vuurwapen
  6. natuurlijke besloten ruimte: de kamers van het hart